Ieder mens heeft behoefte aan zekerheid en veiligheid. We leven dan ook in een tijd dat je de dingen zeker moet weten. En als iets niet zo is, dan is het voor veel mensen ook niet waar, dan geloven ze het niet.

    En dat terwijl ieder mens toch hunkert naar realiteit en behoefte heeft aan antwoorden op levensvragen? Is dit een ontwikkeling van deze tijd? Nee, door alle eeuwen heen hebben mensen vragen gesteld, twijfels gehad en gebeurtenissen voor onwaar verklaard. Ook Thomas, waar we net iets van gelezen hebben, was zo’n figuur.

    Inleiding

     “Tomas, (dat betekent ‘tweeling’), was er niet bij toen Jezus bij hen kwam. Hij was één van de twaalf leerlingen en werd ook wel Didymus genoemd. De andere leerlingen vertelden hem: "We hebben de Heer Jezus gezien!" Maar hij antwoordde: "Ik geloof het pas als ik in zijn handen de wonden van de spijkers zie. Ik wil ze met mijn eigen vingers aanraken en ik wil met mijn eigen hand in zijn zij voelen." Acht dagen later zaten Jezus' leerlingen weer in het huis. Nu was Tomas erbij. Jezus kwam binnen, ook al waren de deuren dicht. Hij stond plotseling tussen hen in en zei: "Ik wens jullie vrede toe!" Daarna zei Hij tegen Tomas: "Kijk naar mijn handen en voel ze met je vingers. Voel met je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof." Tomas antwoordde Hem: "Mijn Heer en mijn God!" 29 Jezus zei tegen hem: "Geloof je pas nu je Mij hebt gezien? Wat is het heerlijk als mensen die Mij niet gezien hebben toch geloven!" JOHANNES 20:24-29 BB.

    Geef toe dat de Heer God is. Hij heeft ons gemaakt en wij zijn van Hem. We zijn zijn volk, zijn schapen, en Hij is onze Herder” PSALM 100:3 BB.

    Pasen betekent: het is klaar. Gods werk is klaar! Dit te weten geeft mij een enorme diepe rust. Het maakt me gelukkig. Het geeft mij vrede in mijn hart. Het is klaar. Gods verzoenend werk is klaar. Het offer is gebracht. Paulus schrijft ons het volgende:

    “Hoe vergaf Hij onze schuld? Door het bewijsmateriaal uit te wissen! Hij heeft namelijk de wet van Mozes, die bewees dat we schuldig waren, aan het kruis gespijkerd. We waren ongehoorzaam doordat het kwaad macht over ons had. Maar nu heeft Hij aan het kruis het kwaad ontwapend, overwonnen en voor iedereen te kijk gezet” KOLOSSENZEN 2:14 BB.

    De schuld is voldaan. De bewijslast die tegen de mensheid getuigde, is nietig verklaard. Niemand kan u en mij nog aanklagen bij God. Pasen is het feest van verzoening. De Heer is waarlijk opgestaan!

    Zeker weten

    Om dit te ervaren moet je natuurlijk wel nadenken over het feit of je dit allemaal zelf wel gelooft. Want als je nadenkt over het kruis, kun je daar met gemengde gevoelens naar kijken. Sommige discipelen van Jezus deden dit ook. Er waren discipelen van dichtbij en discipelen van veraf. MATTHÉÜS 26:58 Toen ik hier over nadacht vroeg ik mezelf het volgende af; ben ik een discipel van veraf of van dichtbij? Aan welke kant zou ik hebben gestaan? Bij het kruis, dus dichtbij Jezus, of op een afstand? Het daagde me uit om hier een antwoord op te vinden.

    Waar zou ik gestaan hebben? Het schudde me wel wakker. En onbewust realiseerde ik me dat het staan bij het kruis een prijs kent. Want dichtbij Jezus leven, kost je meer dan Hem van veraf te volgen. Daar zien we in de Bijbel en in ons eigen leven vele voorbeelden van.

    Twijfels, wie heeft ze niet? Hoe gaan we hier mee om? Thomas is zo eerlijk om ze uit te spreken. Hij verstopt ze niet, zoals zo velen wel doen. Want veel mensen leven volgens het principe: ‘Eerst zien en dan geloven’.

    Iemand zei eens tegen me: ‘Als jij mij de hemel kunt laten zien, dan ga ik geloven’. Ik gaf direct toe dat ik dat niet kon. ‘Maar’, zei ik, ‘als jij mij kunt bewijzen dat er geen hel is, zúl je geloven dat er een hemel is’.

    Die man was een Thomas van deze tijd. En zo klinkt nog steeds de stem van Thomas door. Maar wat geloofde Thomas dan wel? Hij geloofde alles wat Jezus had gedaan. Maar dat Jezus was opgestaan uit de doden? Van veel wonderen was Thomas zelf getuige geweest, maar op het getuigenis van de discipelen: ‘De Heer is waarlijk opgestaan’, antwoorde Thomas:

    “Ik geloof het pas als ik in zijn handen de wonden van de spijkers zie. Ik wil ze met mijn eigen vingers aanraken en ik wil met mijn eigen hand in zijn zij voelen” JOHANNES 20:25 BB.

    Wie is Thomas?

    Thomas was een man die bereid was zijn leven op te offeren uit liefde voor Jezus. Zie JOHANNES 11:16. Maar hij was niet in staat de fijnere theologische nuances te begrijpen. Zie JOHANNES 14:5. En hij weigerde zijn vrienden te geloven dat Jezus opgestaan was.

    Thomas is dus geen doorsnee Discipel, maar ook niet iemand die het niet nodig vindt om op te vallen. Daarom vinden we ook zoveel van onszelf terug in Thomas. Laten we eens wat nader kennis maken met: Thomas en ik.

    ‘Even voorstellen. Ik heet: ‘Eerst zien en dan geloven’. Ok: ‘Prettig kennis met u te maken, maar… ken ik u ergens van? Hoe was uw naam ook alweer?’ Thomas: ‘Oh, dan denk ik dat we familie van elkaar zijn. Ik dacht al, u komt mij zo bekend voor. Ja, dat eerst zien en dan geloven dat zit nu eenmaal in onze familie. Ze noemen mij ook wel eens; ‘Ongelovige Thomas’.

    Ongelovige Thomas, dat is iemand die ‘niets op het gezag van anderen aanneemt, maar alleen aan de eigen waarneming waarde hecht’. Thomas betekent: ‘tweelingbroer’. Het is mogelijk een bijnaam. Toch geven sommige vertalers aan dat zijn naam ‘tweeling’ of ‘tweelingbroer’ betekent.

    In ieder geval is het voor ons veelzeggend. Want als zijn naam ‘tweeling’ betekent, kunnen we ons de vraag stellen: ‘Ben ik dan de tweelingbroer of tweelingzus van Thomas? Misschien komen we wel tot die conclusie als we in ons eigen hart kijken. Het woord ‘tweeling’ kan volgens sommige commentaren ook betrekking hebben op de ‘tweeslachtigheid’ van Thomas. Mogelijk verklaart dat dan zijn bijnaam.

    Maar hoe je ook over Thomas kunt denken, hij had een bijzonder eigenschap. Hij sprak openlijk over zijn ongeloof. Hij stopte zijn twijfels niet onder stoelen en (kerk)banken. Veel mensen kunnen dit niet. Zij verstoppen altijd hun twijfels en praten er nooit over. En het resultaat is dat deze mensen een ‘gesloten geestelijk leven’ leiden. Een leven dat geen balans kent tussen twijfel en zekerheid. Ze denken bijvoorbeeld:

    • God houdt niet van mij
    • Hij luistert niet
    • Die belofte is niet voor mij
    • Er is geen oplossing voor mijn probleem

    Die twijfels, het ongeloof, kunnen ons leven zo gaan beheersen dat we inderdaad niets ervaren van God. Zo kun je jezelf veroordelen door twijfel en ongeloof.

    Twijfel kweekt ongeloof

    Er kunnen van die momenten zijn dat je ontzettend sterk in je geloof staat. Alles gaat goed. Je loopt met je hoofd in de wolken. Je Bijbel lezen en je gebedsleven, je kunt er geen genoeg van krijgen. Elke dag sta je een uur eerder op om je toe te wijden aan God. Je vindt jezelf een superchristen. En je denkt, ‘met mij zit het wel goed!’ Maar, als de wind uit een andere hoek komt waaien en er gebeuren dingen, waar jij geen controle meer over hebt, tja, dan wordt het anders. Zo kun je op de proef gesteld worden door God, om te zien hoe vasthoudend je bent in je keuze om Hem te dienen.

    Een goed voorbeeld van een dergelijke situatie vinden we in het verhaal van Petrus. Hij vond zichzelf een geweldige volgeling van Jezus. Hij had alles voor Hem over en stond altijd klaar om iets voor Jezus te doen. Maar ook hij moest leren dat zijn geloof zwakke kanten kent.

    Petrus, die vol vertrouwen en op het gezag van Jezus op het water liep, dacht ook dat zijn geloof in God niet meer stuk kon. Maar ja, geloof wordt soms op de proef gesteld en zo ging het ook bij Petrus.

    De wind blies hem wakker en ineens realiseerde hij zich: ‘Dit kan niet, dit is onmogelijk’. Ik op het water lopen?’ En twijfel blokkeerde zijn geloof. De uitwerking van twijfel is meestal dat het je innerlijk verdeeld en het werkt verlammend. Deze uitwerking van twijfel zorgde ervoor dat Petrus wegzakte in het water. Zijn (geestelijke) benen werden plotseling verlamd en de moed ‘spoelde’ hem uit de schoenen. Dergelijke situaties zullen ons niet vreemd zijn.

    Terwijl Petrus wegzakte in zijn ‘eigen ongeloof’ was Jezus al bij hem. Jezus pakte Petrus bij de hand en trok hem uit zijn eigen ongeloof, op uit het water en samen liepen ze naar de boot.

    Was hij nu een mislukt Christen? Ontmoedigde Jezus hem nu met allerlei vooroordelen? Veroordeelde Jezus hem? Het geloof kan wankelen, maar Christus wankelt nooit. Jezus stak hem de hand toe en greep hem vast. Jezus redde eerst en sprak hem daarna vermanend toe. Hij legde de vinger op de juiste plek toen Hij zei: “Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld” MATTHÉÜS 14:31.

    “Och twijfelaar, waarom heb je zo weinig vertrouwen in Mij?”

    Twijfelen, het is een staan voor twee wegen, twee dingen van plan zijn, onzeker zijn. Dat was ook de situatie van Thomas. Als hij naar die overtuigende gezichten van de Discipelen keek, dacht hij; ‘Nee, dat kon niet waar zijn. Jezus opgestaan uit de dood? Vergeet het maar’. Voor hem was het over en uit. Hij was zo teleurgesteld dat het koninkrijk waar hij in geloofde, verdwenen was. Hij had er lang over nagedacht, maar dood is dood! Dat had hem zo somber gemaakt, dat hij niet kon geloven wat zijn vrienden hem vertelden.

    En als het wel waar was, voelde hij zich behoorlijk gekwetst. Want waarom was Jezus dan niet aan hem verschenen? Nee, Jezus’ dood had zijn visie op het Koningschap van Jezus een flinke deuk gegeven. Het had hem voorgoed onderuit gehaald. Hij wist het niet meer. Daarom was Thomas bij de Discipelen weggegaan. Hij wilde alleen zijn, gewoon zijn oude leven weer oppakken. Net doen of er niets gebeurd was.

    Maar in dat alleen groeide de twijfel en zijn ongeloof. Daarom kon hij zijn beste vrienden niet meer geloven. Maar aan de andere kant, hun getuigenis: “Wij hebben de Heer gezien”, dat bracht hem wel in paniek. Als het nou eens waar was, wat dan? Ach nee, dat kon gewoon niet. En heel overtuigend zei hij: ‘Jullie hebben mooi kletsen, maar zolang ik het zelf niet kan waarnemen zal ik nooit, maar dan ook nooit geloven’.

     

    Zijn eigen gedachten zullen hem vaak ontmoedigd hebben. Nee, vrienden hebben is leuk, maar dan moeten ze je wel de waarheid vertellen. Maar ja, ondertussen zat hij wel behoorlijk met zijn gevoelens in de knoop. En de twijfel verteerde zijn hart.

    Want hij geloofde wel! En hij hield wel van Jezus! Hij had veel voor Hem overgehad.

    Zijn leven had hij willen geven voor Jezus. Zie JOHANNES 11:16.

    Hij was best een man van trouw en moedig was hij ook wel. Alleen die twijfel, daar had hij vaak last van. Ook al tijdens dat gesprek over het “huis mijns Vaders met zijn vele woningen”, waar Jezus heen zou gaan. Zie JOHANNES 14:2.

    Toen Jezus had gezegd: “En waar ik heenga daarheen weet gij de weg” JOHANNES 14:4. Tja, toen wist Thomas het helemaal niet meer. Welke weg bedoelde Jezus? Dit soort gesprekken waren beslist niet bevorderlijk voor de twijfelende Thomas.

    Ik denk, als familie van Thomas, dat iedere Christen tijden van twijfel en onzekerheid kent. Door de hele Bijbel heen zien we trouwens mensen die twijfelen. Twijfelen aan iets is per definitie niet fout. Het is alleen de vraag hoe we ermee omgaan. Heersen wij over de twijfels in ons leven of heersen de twijfels over ons? Gaan ze met ons op de loop.

    Het resultaat van twijfel

    Vaak is het resultaat van twijfel veel erger dan de twijfel zelf. Als twijfel ons in de greep krijgt worden we argwanende mensen. Dan zien we overal wel een reden in, om iets of iemand niet te vertrouwen.

    In dit verband moet ik denken aan Mozes. Toen hij de berg opging om Gods wetten in ontvangst te nemen, bleef hij voor het volk veel te lang weg. Het volk Israël begon te mopperen en ze werden ongeduldig. Met spanning wachtten ze op de terugkomst van Mozes. En het duurde zo lang, dat ze gingen twijfelen, of hij ooit nog wel terug zou komen. Zie EXODUS 32. Het resultaat van hun twijfel was, dat ze dingen gingen doen die God verboden had. Ze maakten een gouden kalf en begonnen dat te aanbidden. Het ongeloof, de afvalligheid, onzekerheid en de zonde was het gevolg van hun eigen twijfels.

    We moeten goed bedenken dat twijfel een effectief wapen van de satan is. Zo zijn er tal van situaties.

    • Onverhoorde gebeden
    • Je relatie loopt stuk
    • Geen baan kunnen vinden
    • Je vader die plotseling sterft
    • Geen kinderen kunnen krijgen
    • Je ongelovige kinderen
    • Een christen die je in de steek laat

    Al die situaties kunnen een bron van twijfel vormen in ons leven. En allerlei vragen kunnen zich aan ons opdringen. We moeten goed begrijpen, dat de satan een meester is in het bespelen van onze gevoelens.

    Dat zien we ook heel duidelijk in het verhaal over Eva in het Paradijs. “God heeft zeker wel gezegd…” GENESIS 3:1. De satan bracht haar in onzekerheid door twijfel te zaaien over wat God gezegd had. Het resultaat van haar twijfel is vandaag de dag nog steeds zichtbaar. Want de zondeval heeft nog steeds een verwoestende kracht die niets en niemand ontziet. Ook in onze tijd is er een steeds groeiende twijfel over wat God gedaan heeft door Jezus Christus. De twijfel maakt veel slachtoffers. 

    Leren omgaan met twijfel

    Voor alles is niet direct een pasklaar antwoord. En dat hoeft ook niet, want het leven leert ons dat niet al onze vragen beantwoord worden.

    Of we dat nu accepteren of niet. Ja, ik hoor u al zeggen, ‘Ben jij dan nooit opstandig? Twijfel jij dan nooit. Begrijp jij alles van God?’ Het antwoord is nee! Wat ik wel geleerd heb is en dat is veel belangrijker, om God te vertrouwen in alle omstandigheden. Want hierdoor ervaar ik, God mijn Vader zorgt en houdt van mij.

    Ik denk dat het goed is om tegen elkaar te zeggen, dat geloven niet altijd even eenvoudig is. Maar het kan zijn, dat God ons wil leren om ‘minder op onszelf’ en ‘meer op Hem’ te zien. God heeft nergens beloofd dat ons leven van een leien dak zal gaan. Dat willen we wel graag. Wat Hij wel beloofd heeft, is dat Hij altijd bij ons zal zijn. Want Hij zegt:

    “Wees vastberaden en vol vertrouwen. Wees niet bang voor hen. Want jullie Heer God zal Zelf met jullie meegaan. Hij zal jullie niet in de steek laten. Toen riep Mozes Jozua bij zich en zei tegen hem waar heel Israël bij stond: Wees vastberaden en vol vertrouwen, want jij zal met dit volk het land binnen trekken dat de Heer aan jullie voorvaders Abraham, Izaäk en Jakob heeft beloofd. Jij zal ervoor zorgen dat ze het zullen bezitten. God zal Zelf voor jullie uit gaan. Hij zal met jullie zijn. Hij zal jullie niet in de steek laten. Wees dus niet bang" DEUTERONOMIUM 31:6-8 BB.

    Wij moeten leren om achter de omstandigheden van ons leven te zien, wat God ons door die omstandigheden probeert te leren. Onze neiging tot twijfel kan een weg zijn tot een meer solide geloofsleven. Een diepere toewijding aan God en Jezus Christus. Dat zien we ook bij Thomas.

    Jezus nodigt Thomas uit om te komen met zijn ongeloof, met zijn twijfels.

    Kom maar Thomas en neem je tweelingbroer, je tweelingzus en je hele familie ook maar mee.

    Thomas mocht Jezus aanraken. Hij had alsnog een bijzondere ontmoeting met Jezus. Waarom? Omdat hij voor zichzelf zo eerlijk was. Hij sprak openlijk over zijn twijfels. En God kende zijn twijfels. Het is wat David ook ervaart wanneer hij zegt:

    • Heer, U kent mij door en door
    • U weet alles van mij, waar ik ook ben
    • U weet alles wat ik denk
    • U bent dag en nacht bij mij
    • U weet alles wat ik doe
    • U kent elk woord van mij
    • nog voordat ik het heb gezegd
    • U bent aan alle kanten om mij heen
    • en uw hand rust op mij
    • Het is te wonderlijk om te begrijpen
    • Het is te bijzonder, ik kan er niet bij 

    Zie - PSALM 139:2-6 BB.

    Wat een mooie woorden, wat een zeker weten. Door zijn strijd om zichzelf aan God toe te wijden had David bijzondere levenslessen moeten leren. Hoewel God hem door en door kenden schaamde hij zich niet om te getuigen hoe God in zijn leven vertegenwoordigd was. Dat is wat God Thomas en zijn familie ook duidelijk wil maken. “Hij kent ons ten volle”, niet om u en mij te plagen met voorschriften die we niet kunnen volbrengen? Nee, elke levensles, elke tuchtiging veranderden in zegeningen voor David en zijn omgeving. Geloof je dat, beste familie van Thomas? God gaf Thomas de mogelijkheid om zijn twijfels om te ruilen voor de allergrootste zekerheid: ‘Jezus leeft’.

    Zijn twijfelend ongeloof verdween door het bewijs van ‘kruis en opstanding’. Dat moet voor Thomas een machtige ontmoeting zijn geweest. En beschaamd, maar bovenal verlost van al zijn twijfels, zal hij gestameld hebben: “Mijn Heer, en mijn God! Bent U het echt?

    Nieuwe toewijding

    Die ontmoeting met een niet veroordelende Jezus, bracht hem tot nieuwe toewijding. Het was nu niet meer:

    ‘eerst zien en dan geloven’ maar; ‘Eerst geloven en dan ontvangen’.

    Thomas wist het nu heel zeker, Jezus leeft! En ik denk dat hij in zijn hart beleed wat David zei: “Maar ik vertrouw op u, HEER, ik zeg: U bent mijn God, in uw hand liggen mijn lot en mijn leven” PSALM 31:15-16a NBG.

    Thomas, een man die bewijzen wilde zien, had nog maar één gebed in zijn hart:

    • Laat me weten wat ik moet doen
    • want ik vertrouw op U
    • Red me van mijn vijanden, Heer
    • Ik vlucht naar U toe
    • Leer me om te doen wat U wil
    • want U bent mijn God
    • Geef me door uw goede Geest weer rust en vrede
    • Red mijn leven, Heer, om wie U bent.
    • Red me uit mijn moeilijkheden, omdat U rechtvaardig bent
    • Dood mijn vijanden, omdat U van mij houdt
    • Vernietig alle mensen die mij bedreigen
    • Want ik ben uw dienaar

    Zie - PSALM 143:8-12 BB.

    Wat een prachtige woorden geboren uit een hart wat gevormd was door Zijn Meester Jezus Christus. Op grond van zijn eigen belijdenis had hij het uitgeroepen, als een soort van ‘verlossingskreet’, mijn Heer en mijn God.

    Deze man veranderde van twijfelaar in een toegewijde Christen. Volgens de geschiedenis is hij een zendeling geworden en heeft hij gepredikt onder de Parthen, een volk uit Noordwest-Perzië in het huidige Iran.

    Thomas, een twijfelaar

    Tot slot wil ik nog even terug komen op zijn naam. We weten dat het ‘tweeling’ betekent. Ook hebben we gezien dat wij vaak die tweelingbroer of zus van Thomas zijn. Maar nu, na zijn ontmoeting met Jezus mogen we zijn naam anders uitleggen. Door zijn belijdenis van “Mijn Heer en mijn God” is Jezus zijn grote tweelingbroer geworden. Zo is de naam ‘tweeling’ een prachtig beeld van de hemelse eenheid: ‘Christus en Thomas’. Maar ook van Christus en de mensen die Zijn Naam belijden, die net als Thomas zeggen: “Mijn Heer en mijn God”.

    Wie dit getuigenis met zich meedraagt zal zich bemoedigd weten met de volgende teksten:

    “Want door het geloof en in Christus Jezus bent u allen kinderen van God” GALATEN 3:26 NBG.

    “Daarom verzaken wij onze plicht niet. Ook al gaat ons uiterlijke bestaan verloren, ons innerlijke bestaan wordt van dag tot dag vernieuwd. De geringe last die we tijdelijk te dragen hebben, brengt ons een eeuwige luister, die alles omvat en alles overtreft. Wij richten ons niet op de zichtbare dingen maar op de onzichtbare, want de zichtbare dingen zijn tijdelijk, de onzichtbare eeuwig” 2 CORINTHIËRS 4:16-18 NBG.

    “Geliefde broeders en zusters, wij zijn nu al, kinderen van God. Wat we zullen zijn is nog niet geopenbaard, maar we weten dat we aan hem gelijk zullen zijn wanneer hij zal verschijnen, want dan zien we hem zoals hij is” 1 JOHANNES 3:2.

    Twijfels, ze zullen ons altijd plagen. Ontmoedigingen, ze zullen er van tijd tot tijd zijn. Maar lieve mensen, er komt een tijd dat twijfels niet meer bestaan. Dat is als Jezus terugkomt en wij voor eeuwig bij Hem mogen zijn. Maar voor het zover is, mogen we leren wat de Hebreeënschrijver ons zegt:

    Door het geloof heeft hij (Mozes) Egypte verlaten, zonder de toorn des konings te duchten. Want hij bleef standvastig, als ziende de Onzienlijke” HEBREEËN 11:27.

    Door het geloof heeft Mozes zijn land verlaten. In dat land lagen zijn wortels, had hij een bestaan. Daar was hij opgevoed en Mozes keerde het de rug toe. Hij had Egypte verlaten. Verlaten wil zeggen ‘loslaten’. Dat oude leven is niet meer van je. Mozes had zijn oude leven de rug toegekeerd en was zonder te weten hoe zijn leven verder zou gaan, vertrokken, weg uit de zekerheid, weg uit een rijk bestaan. Hij ging als het ware op weg met; ‘wat de toekomst brenge moge, mij geleidt des Heren hand’.

    Zou hij getwijfeld hebben in de periode die daarna kwam? Zeker. Maar hij bleef standvastig. Dat moeten wij ook doen. Door geloof en vertrouwen de twijfels loslaten. En niet bang zijn en je niet van de wijs laten brengen. Hoe deed Mozes dit?

    Hij bleef standvastig, als ziende de Onzienlijke.

    Vader, wij danken U voor Jezus, Uw Zoon.

    Here Jezus, wat geweldig dat wij U als onze grote Broer mogen hebben.

    En dat wij dat aan elkaar mogen laten zien door beelddragers van U te zijn.

    Dank U heilige Geest dat U in ons woont en werkt.

    Hierdoor zullen wij steeds meer op Jezus gaan lijken.

     

    Vader God, wij willen leren om onze twijfels voor Uw aangezicht uit te spreken.

    Vader, wij willen leren om onze twijfels

    met U te delen,

    om U te vertrouwen,

    om ze los te laten.

    Zodat wij net als Mozes U altijd mogen zien.

    Wat een genade, we danken u hiervoor.

     

    Ik wens je een fijne dag, Fred IJzerman